Regres verzekeraar bij directe vergoeding aan benadeelde

Na ongeval met een trailer stelt verzekeraar de benadeelde direct schadeloos. Voor de schade was echter zowel de verzekerde als een derde jegens de benadeelde aansprakelijk; de verzekeraar treedt alleen in de rechten van haar verzekerde jegens die derde en niet ook in de rechten van de benadeelde jegens die derde. Dit betekent in dit geval dat verzekeraar net als haar verzekerde is gebonden aan de forumkeuze in het koopcontract voor de trailer.

In deze zaak (HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:694) heeft LAG, een producent van opleggers, vier opleggers verkocht aan Poll, een Oostenrijks transportbedrijf. Zürich is de verzekeraar van Poll. Op de koopovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van LAG van toepassing verklaard, welke in art. 10 bepalen dat voor alle geschillen tussen partijen alleen de rechtbanken van het arrondissement Tongeren bevoegd zijn.

Op 10 oktober 2008 heeft een medewerker van Poll met één van de van LAG gekochte opleggers een lading talkpoeder afgeleverd bij Cargill B.V. in Amsterdam. Daarbij is schade ontstaan aan de oplegger en aan de opstallen van Cargill. Cargill heeft Zürich rechtstreeks aangesproken in verband met de ontstane schade. Zürich heeft Cargill volledig schadeloos gesteld.

Zürich heeft LAG gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam om verhaal te nemen. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard om van de vordering kennis te nemen. In hoger beroep stelt Zürich dat de rechten van Cargill, aan wie zij op grond van art. 6 WAM de schade heeft vergoed, op haar zijn overgegaan en dat de Nederlandse rechter ten aanzien van de uitoefening van die rechten wel bevoegd zou zijn. Het hof oordeelt dat de rechten van Poll waarin Zürich is gesubrogeerd, primair contractueel zijn bepaald, nu de bijdragevordering afhankelijk is van de beantwoording van de vraag of LAG op grond van de overeenkomst met Poll al dan niet een ondeugdelijke oplegger aan Poll heeft geleverd. De consequentie van deze trouvaille is dat op die vraag Belgisch recht van toepassing is.

In cassatie stelt Zürich zich primair op het standpunt dat zij is gesubrogeerd in de rechten van Cargill uit onrechtmatige daad jegens LAG voor zover Zürich meer heeft vergoed dan Poll/Zürich in de onderlinge verhouding met hoofdelijke medeschuldenaar LAG aangaat. Dit standpunt wordt geheel geëcarteerd door het oordeel van de Hoge Raad in het incidentele cassatieberoep.

De Hoge Raad stelt voorop dat de bepaling in art. 6 WAM bij wijze van beschermingsmaatregel aan een benadeelde een bijzondere rechtspositie toekent. Dit zogenoemde eigen recht van de benadeelde strekt ertoe de benadeelde te begunstigen, maar heeft niet mede de strekking de verhouding van de verzekeraar tot de verzekerde of tot derden te beïnvloeden. In deze lijn past ook om WAM-verzekeraars ten opzichte van derden eenzelfde positie toe te kennen als die van schadeverzekeraars in het algemeen. Dit brengt mee dat de rechtstreeks door de benadeelde aangesproken verzekeraar niet als gevolg van de subrogatie in een gunstigere positie tegenover de derde komt te verkeren dan de verzekerde. Een WAM-verzekeraar die rechtstreeks wordt aangesproken door de benadeelde, vergoedt daarom niet de schade van de benadeelde, maar de schade die de verzekerde in zijn vermogen lijdt door zijn aansprakelijkheid jegens de benadeelde.

Een WAM-verzekeraar die op grond van diens rechtstreekse actie aan de benadeelde heeft betaald, treedt dus bij wijze van subrogatie alleen in de rechten van de verzekerde jegens die derde (art. 7:962 BW) en niet (tevens) door subrogatie in de rechten van de benadeelde jegens die derde (art. 6:12 in verbinding met de art. 102 en 6:10 BW). Gedacht kan worden aan de regel dat de gesubrogeerde niet meer rechten verwerft dan zijn rechtsvoorganger jegens de aansprakelijke had (de ‘nemo plus’-regel). Dit betekent dat Zürich slechts wordt gesubrogeerd in de rechten van Cargill tegen LAG voorzover Poll deze rechten zou hebben verkregen en zou hebben kunnen uitoefenen indien Poll zelf aan Cargill zou hebben betaald.

LAG werd in cassatie bijgestaan door David de Knijff en Cindy Seinen.