13 april 2018
Hoofdelijkheid in de bouw

Hoofdelijkheid in de bouw

Wat is hoofdelijkheid?
Zie art. 6:102 lid 1 BW: “Rust op ieder van twee of meer personen een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade, dan zijn zij hoofdelijk verbonden”.
 
Een voorbeeld
Een bekende toepassing van deze bepaling in de bouwschadepraktijk is de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Nugteren/Meskes. De twee-onder-een kap woning van Meskes verzakt als gevolg van twee oorzaken. Enerzijds werkzaamheden en bouwverkeer naast en langs zijn woning. Anderzijds werkzaamheden in de aangrenzende woning waarmee Meskes geschakeld is. Deskundigen geven aan dat de verdeling tussen beide oorzaken geschat wordt op 1/3e en 2/3e.
 
De werkzaamheden van de buren hebben samen de gehele schade veroorzaakt. Toch is één van hen voor die hele schade hoofdelijk en voor het geheel aansprakelijk. Hij kan wel regres nemen op zijn mede-aansprakelijke partij voor diens aandeel.
 
Een recente uitspraak van arbiters
Op 17 mei 2017 heeft “de bouwrechter” in Nederland (Raad van Arbitrage voor de Bouw te Utrecht) een uitspraak gedaan in een zaak waarin deze hoofdelijkheid een belangrijke rol speelt.
 
Het werk en de schade
Een opdrachtgever realiseert een appartementencomplex. Onderdeel van het werk is het aanbrengen van prefab betonnen constructies voor balkons en binnenwanden.
 
Bij oplevering wordt al scheurvorming vastgesteld bij de oplegging van de prefab balkons. De scheurvorming verergert na oplevering en doet zich uiteindelijk bij vrijwel alle opleggingen van de balkons voor. Onderzoek leert dat onvoldoende speling op de verankering tussen de prefab balkons en prefab wanden aanwezig is. De schade is aanzienlijk.
 
Zowel de hoofdaannemer als de constructeur worden door de opdrachtgever aansprakelijk gesteld en arbitrage volgt.
 
Hoofdelijke aansprakelijkheid
Arbiters oordelen dat de balkons niet zijn voorzien van een oplegvoorziening in de vorm van glijvilt. Anderzijds zijn de prefab balkons ook “aangegoten” waardoor de balkons volledig star zijn geworden. In de scheurvorming kon kennelijk niet onderscheiden worden tussen de ene en de andere oorzaak.
 
Deze beide oorzaken komen volgens arbiters voor rekening van aannemer en constructeur. Aannemer heeft nagelaten te voorzien in het glijvilt, wat het bestek eiste. De constructeur diende het aansluitdetail (tussen balkon en de rest van de constructie) te verzorgen maar heeft dat niet gedaan of is daarin niet duidelijk geweest. Volgens arbiters zijn aannemer en constructeur hoofdelijk aansprakelijk.
 
De werking van de algemene voorwaarden
Adviseurs in de bouw (en hun verzekeraars) moeten de uitspraak maar aandachtig lezen. De algemene voorwaarden die de betrokken constructeur heeft gehanteerd beperken het effect van de hoofdelijkheid. Het illustreert hoe belangrijk het is dat adviseurs zich op hun voorwaarden (zoals de DNR) kunnen beroepen teneinde hun bedrijfsrisico’s in goede banen te leiden.
 
Tijdschrift voor Bouwrecht
Wilt u meer weten? Klik dan hier voor het Tijdschrift voor bouwrecht waarin
Frank Schaaf de uitspraak van commentaar voorziet.