21 april 2021
Bestuurdersaansprakelijkheid na executie van een vonnis

Bestuurdersaansprakelijkheid na executie van een vonnis

Auteur: Annemiek Vermeijden

Is uw onderneming verwikkeld in een juridische procedure en loopt deze in eerste instantie goed voor u af, dan wilt u uiteraard zo snel mogelijk uw geld zien. Indien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard kan u tot executie van het vonnis overgaan. Dat wil zeggen, dat u naleving van het vonnis kunt afdwingen, ook als daartegen nog hoger beroep mogelijk is. Echter, voorzichtigheid is geboden. Indien het vonnis in hoger beroep alsnog vernietigd wordt en uw onderneming is niet in staat het bedrag terug te betalen, dan is in ieder geval uw onderneming schadeplichtig. In bijzondere gevallen kunt u als bestuurder ook aansprakelijk zijn.
 
Terughoudend omgaan met een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis
 
Het is aan te raden met enige voorzichtigheid te handelen, wanneer een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt geëxecuteerd. Het risico bestaat namelijk dat het vonnis wordt vernietigd in hoger beroep. Wanneer een partij te hard van stapel loopt en de wederpartij door dreiging met executie van dat vonnis heeft gedwongen tot nakoming, handelt zij in beginsel onrechtmatig en is zij schadeplichtig als het vonnis ook daadwerkelijk in hoger beroep wordt vernietigd. Er moet dus rekening worden gehouden met het feit dat het ontvangen bedrag na eventuele vernietiging in hoger beroep terugbetaald moet worden.
 
In welk geval kan de bestuurder aansprakelijk zijn?
 
In beginsel is alleen de onderneming aansprakelijk. In bijzondere gevallen kan er ook ruimte zijn voor bestuurdersaansprakelijkheid. Hiervoor is vereist dat sprake is van frustratie van betaling en verhaal waardoor een schuldeiser wordt benadeeld. Als hier sprake van is, dient beoordeeld te worden of het handelen of nalaten van de bestuurder ten opzichte van de schuldeiser zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (zie het arrest Ontvanger/Roelofsen, Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758). Er is grond voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder als hem een ernstig verwijt gemaakt kan worden omdat:
  1. de bestuurder op grond van de hem bekende omstandigheden rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat het vonnis zou worden vernietigd;   
  2. dat de bestuurder wist of ernstig rekening moest houden met de mogelijkheid dat in geval van vernietiging van het vonnis in  hoger beroep de onderneming niet in staat zou zijn het ontvangen bedrag terug te betalen; en
  3. in de gegeven omstandigheden de bestuurder kan worden verweten dat hij desondanks gelden heeft onttrokken aan de onderneming of andere vorderingen heeft laten betalen, met verwaarlozing van de belangen van de wederpartij. 

In een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2020 had een onderneming naar aanleiding van een vonnis van de rechtbank een bedrag ontvangen van haar wederpartij. Deze wederpartij was tijdig in hoger beroep gekomen waardoor de onderneming rekening had moeten houden met het feit dat het vonnis in hoger beroep geen stand zou houden. Aldus was voldaan aan voorwaarde (1).
Vrijwel direct na ontvangst van het bedrag had de onderneming het ontvangen bedrag ineens doorbetaald aan haar bestuurders (middels het voldoen van een vordering uit rekening-courant) en aan (door familiebanden) gelieerde partijen, zodat voor de wederpartij weinig meer overbleef.
 
 
Omdat de onderneming het bedrag niet had gereserveerd maar juist had uitgegeven en de financiële situatie te slecht was om via andere middelen aan de terugbetalingsverplichtingen te kunnen voldoen, moesten de bestuurders van de onderneming rekening houden met de mogelijkheid dat bij vernietiging van het vonnis in hoger beroep zij het ontvangen bedrag niet aan de wederpartij kon terugbetalen. Aldus was ook aan voorwaarde (2) voldaan. Nu de noodzaak van deze betalingen niet is gebleken was ook aan voorwaarde (3) voldaan.
 
Gezien deze feiten en omstandigheden oordeelde het hof dat de bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt kon worden gemaakt. Zij hebben hun eigen belangen en de belangen van de gelieerde partijen zonder noodzaak gesteld boven het belang van haar wederpartij. De bestuurders hadden voorzichter moeten handelen en het betaalde bedrag moeten reserveren.
 
Dit zou anders kunnen zijn als het ontvangen bedrag zou zijn besteed aan de gewone bedrijfsvoering van de onderneming en in het kader daarvan aan noodzakelijke betalingen aan crediteuren om zo de continuïteit van de onderneming te waarborgen. Daar was in de zaak van 12 mei 2020 geen sprake van, waardoor de bestuurders aansprakelijk konden worden gehouden.
 
Conclusie: reserveer het bedrag tot na het Hoger Beroep
 
De afdronk van dit verhaal is dat in het geval uw onderneming een bedrag ontvangt naar aanleiding van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, het advies is dit bedrag te reserveren zolang dit vonnis nog in hoger beroep kan worden vernietigd. Is besteding van dit bedrag echt nodig om de continuïteit van uw onderneming te waarborgen, dan kan dit de situatie wezenlijk anders maken.
 
Mocht u vragen hebben, neem dan gerust contact op.