Wat bestuurders moeten weten over het civielrechtelijk bestuursverbod

Het vorig jaar ingevoerde civielrechtelijk bestuursverbod heeft als doel om bestuurders die zich
schuldig hebben gemaakt aan faillissementsfraude of die in de aanloop naar een faillissement
wanbestuur hebben gepleegd, te bestraffen. Gelet op het rucksichtsloze handelen van curatoren
kunnen ook niet-frauderende bestuurders aan dit verbod ten prooi vallen. Een voorbeeld.

Stel u bent twee jaar geleden als bestuurder binnen gehaald om BV De Tweesprong uit de financiële
malaise te halen. Uw voorganger heeft het toneel reeds verlaten. U gaat aan de slag, maar
tevergeefs. De uitdaging bleekte groot en de onderneming failleert. Een curator dient zich aan en
start een onderzoek. Het blijkt dat u in alle hectiek per ongeluk de jaarstukken te Iaat heeft
gedeponeerd en in een procedure is komen vast te staan dat dit een belangrijke oorzaak van het
faillissement is.
 
Daarnaast is de curator van mening dat u niet alle inlichtingen heeft verschaft waarom is verzocht en
bent u naar het huwelijk van uw broer in Antwerpen gegaan op de dag dat de curator u wilde
spreken. Bovendien blijkt dat voor uw aantreden een fiscale vergrijpboete aan de onderneming is
opgelegd. Dit zijn allemaal (afzonderlijke) redenen op grond waarvan de curator een bestuursverbod
tegen u kan vorderen. Maar van fraude is geenszins sprake.

Lees hier het volledige artikel.
16.01.2017 | Annemiek Vermeijden, Ekelmans & Meijer.
kennis