Uitspraak Rechtbank Groningen 15 november 2012 met nooit bij WR 2013/85

Uitspraak met noot: "Woonruimte - huurovereenkomst voor bepaalde tijd - leegstandswet: tussentijdse opzegging verhuurder tijdelijke woonruimte op grond van leegstandswet".
Noot van Aemile van Rappard bij WR 2013/85 (LJN BY3643).

Er is een tijdelijk huurovereenkomst woonruimte op grond van de Leegstandwet gesloten. De vergunning op grond van de Leegstandwet heeft een duur van 24 maanden. In de huurovereenkomst is bepaald dat de huurovereenkomst per 23 april 2012 is aangegaan voor bepaalde tijd. Tussen haakjes heeft verhuurster daarbij nadrukkelijk vermeld dat de periode van deze bepaalde tijd eindigt op 30 maart 2014. Verhuurster heeft daarbij nog een voorbehoud gemaakt om de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen voor zover de huurovereenkomst krachtens art. 16 lid 3 LW ten minste 6 maanden heeft geduurd. Verhuurster zegt de huurovereenkomst op tegen november 2012.De kantonrechter stelt vast dat art. 7:271 lid 1-3 BW op de huurovereenkomst van toepassing is. In art. 7:271 lid 1 BW is bepaald dat een huurovereenkomst voor bepaalde tijd moet worden opgezegd tegen een datum die niet ligt binnen de overeengekomen bepaalde tijd van de overeenkomst. Daarom kan de huurovereenkomst naar het voorshands oordeel van de kantonrechter op zijn vroegst tegen de contractueel overeengekomen einddatum van de huurovereenkomst – in casu 30 maart 2014 – worden opgezegd. Aangezien op grond van art. 16 lid 8 LW op straffe van nietigheid niet van deze opzegtermijn mag worden afgeweken, is verhuurster niet bevoegd om op grond van de huurovereenkomst, de huurovereenkomst tussentijds op te zeggen.
De kantonrechter stelt dat een tijdelijke huurovereenkomst op grond van de Leegstandwet hiermee niet illusoir wordt. De op basis van de Leegstandwet gesloten tijdelijke huurovereenkomst eindigt in elk geval op het tijdstip, waarop een verleende vergunning haar geldigheid verliest en daarnaast heeft de verhuurder de mogelijkheid om de huurovereenkomst telkens na verloop van 6 maanden op te zeggen, wanneer niet expliciet een einddatum van de huurovereenkomst in de huurovereenkomst is opgenomen.

Klik hier voor de uitspraak.
27.05.2013 | Aemile van Rappard, noot bij WR 2013/85 (LJN BY3643).
kennis