Oordeel HR over reikwijdte legessanctie oude bestemmingsplannen
2017-11-20 | Auteur:

Oordeel HR over reikwijdte legessanctie oude bestemmingsplannen

Op grond van artikel 3.1 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de gemeenteraad een bestemmingsplan te herzien, binnen tien jaar gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan. Doet de gemeenteraad dit niet, dan vervalt na tien jaar op grond van artikel 3.1, lid 4 Wro de bevoegdheid om leges te heffen voor diensten die verband houden met het bestemmingsplan. Op deze manier wil de wetgever gemeenten stimuleren om bestemmingsplannen actueel te houden. Op 17 november jl. heeft de Hoge Raad een oordeel  gegeven over de reikwijdte van deze legessanctie (ECLI:NL:HR:2017:2877).

In deze zaak had een inwoner van de gemeente Zevenaar op 29 juli 2013 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning. Het toepasselijke bestemmingsplan was vastgesteld op 24 oktober 2001 en voorzag niet in een woning op het betreffende perceel. De omgevingsvergunning werd uiteindelijk verleend met toepassing van de zogenaamde buitenplanse afwijkingsbevoegdheid (artikel 2.1 lid 1 onder c jo 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo).  Vervolgens ontving de aanvrager van de gemeente een legesnota ten bedrage van ruim € 8.600,-. De aanvrager kon zich daar niet in vinden en stelde de legesnota in de onderhavige procedure ter discussie.

Volgens de Hoge Raad brengt een redelijke, met doel en strekking van artikel 3.1 lid 4 Wro strokende, uitleg van de legessanctie met zich mee dat daardoor niet alleen de bevoegdheid tot invordering vervalt, maar ook de bevoegdheid tot heffing van de desbetreffende leges. Voor de toepassing van de legessanctie is maatgevend of de aanvraag in behandeling is genomen ná het verstrijken van de in artikel 3.1 lid 4 Wro genoemde termijn van tien jaar. In de onderhavige zaak moest er volgens de Hoge Raad vanuit worden gegaan dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning in behandeling is genomen, nadat de tienjaarstermijn was verstreken.

De Hoge Raad oordeelde verder dat, anders dan de gemeente stelde, de legessanctie niet uitsluitend ziet op het in behandeling nemen van aanvragen die in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, zoals bijvoorbeeld bouw- en aanlegactiviteiten als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a en b Wabo. De legessanctie ziet namelijk ook op aanvragen als de onderhavige, waarin verzocht wordt om het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo). Het voor de  toepasselijkheid van de legessanctie vereiste verband is volgens de Hoge Raad gelegen in de omstandigheid dat de noodzaak om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo aan te vragen, voortvloeit uit de inhoud van het (te oude) bestemmingsplan. De omstandigheid dat de gemeente in het kader van de verdere behandeling van de aanvraag werkzaamheden van verschillende aard moet verrichten en verschillende toetsingskaders moet hanteren, is in dit verband niet van belang.

Op grond van dit arrest geldt de legessanctie derhalve tevens voor een omgevingsvergunning waarbij gebruik is gemaakt van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. Zowel gemeenten als aanvragers doen er dus goed aan om de tienjaarstermijn in de gaten te houden. Onder de omgevingswet, waarvan de invoering op dit moment voorzien is op 1 januari 2021, zal de actualiseringsplicht verdwijnen. Op dit moment is er een wetsvoorstel in behandeling, waarin wordt voorgesteld om in de aanloop naar de invoering van de Omgevingswet de actualiseringsplicht af te schaffen voor bestemmingsplannen die elektronisch raadpleegbaar zijn.
kennis