2017-07-25 | Auteur: Marieke van der Keur

Ondergrens toerekening schijn van volmacht notaris

Dit arrest is belangrijk, omdat het laat zien wanneer men er op mag vertrouwen dat de notaris een toereikende volmacht heeft voor het opstellen van een notariële akte.

Toedoen en Risico

Tot 2010 was het nodig dat het vertrouwen was opgewekt door toedoen van de achterman zelf. Sinds het arrest ING/Bera (ECLI:NL:HR:2010:BK7671) staat vast, dat óók voldoende is dat de omstandigheden waardoor het vertrouwen is opgewekt voor risico van de achterman komen:

“voor toerekening van een schijn van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde is ook plaats ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd dat er een volmacht aan de vertegenwoordiger is verleend op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen een schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.”

De ondergrens…

Op 3 februari 2017 is in twee arresten verduidelijkt dat het risicobeginsel niet kan worden toegepast, indien het gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegde vertegenwoordiger. Er zijn dus bijkomende omstandigheden vereist, die betrekking hebben op de achterman zelf (ECLI:NL:HR:2017:141 en 142).

Het arrest van 14 juli 2017

Het arrest van 14 juli 2017 laat zien hoe dit uitpakt, indien een notaris een akte verlijdt met een inhoud waarvoor zijn volmacht niet toereikend is.

In deze zaak ging het om de wijziging van een splitsingsakte. Oorspronkelijk waren er twee grote appartementsrechten (A en B) met een stemverdeling 1:1 in de VVE. Verweerders wilden hun appartementsrecht A laten splitsen in twee kleinere. De notaris had op 4 juni 2012 per e-mail een concept voor de nieuwe akte aan partijen gestuurd. Daarin stond als nieuwe stemverhouding 1:1:1. Vervolgens is door een medewerker van de notaris per e-mail aan partijen gevraagd hoe zij de ‘VvE-breukdelen’ wilden hebben. Eisers waren eigenaren van het grote, ongesplitste appartementsrecht B. Zij schreven dat de breukdelen waren bepaald op 2 stemmen voor hun appartement, en 1 stem voor ieder van de gesplitste appartementen (2:1:1). Op 23 juli 2012 is de splitsingsakte gepasseerd met daarin de stemverdeling 1:1:1. In de akte staat verder dat alle eigenaren volmachten hebben verleend aan de notaris, en dat de notaris genoegzaam van het bestaan van deze volmachten is gebleken.

Eisers vorderden een verklaring voor recht dat die stemverhouding nietig is, omdat zij hiervoor géén volmacht hebben verleend. De kantonrechter wees de vordering toe, maar het hof wees haar af.

Eisers stelden cassatie in, omdat het hof volgens hen onder deze omstandigheden geen schijn van volmacht had mogen aannemen.  Advocaat-Generaal Timmerman meende echter dat het arrest deugdelijk was: door niet op de concept-akte te reageren, hadden eisers het vertrouwen gewekt dat de notaris de akte zo mocht passeren.

De Hoge Raad oordeelt anders.

Allereerst valt volgens de Hoge Raad niet in te zien waarom het niet reageren op de concept-akte de toerekening van de schijn van volmachtverlening zou rechtvaardigen. Uit de e-mail van eisers blijkt immers duidelijk dat zij een ándere stemverhouding wensten (dan in de akte stond). Er was dus geen sprake van volledig stilzitten.

Dat de akte door een notaris is opgemaakt en gepasseerd, die daarin heeft verklaard dat er een toereikende volmacht was, acht de Hoge Raad evenmin beslissend. Hoewel de notaris een belangrijke (publieke) functie heeft bij het passeren van aktes, is ook diens verklaring volgens de Hoge Raad slechts een verklaring van een niet-bevoegde vertegenwoordiger, die – zonder bijkomende omstandigheden – niet voor risico van eisers komt.

Het hangt dus steeds van de omstandigheden van het geval af, of de door een notaris gewekte schijn van volmachtverlening aan de achterman kan worden toegerekend op grond van het risicobeginsel.
 
kennis